december 2019 - De Valk Wekerom

Goede Kerstdagen en een Voorspoedig 2020

23 december, 2019

Zo haalt u meer eiwit van eigen bodem

17 december, 2019

Bemesting, maaimoment en alternatieve voedergewassen bieden kansen

 

Voor zijn studie aan de Aeres Hogeschool in Dronten deed Jan Vos, stagiair bij De Valk Wekerom, onderzoek naar de verhoging van de opbrengst van eiwit van eigen bodem in de melkveehouderij. In dit artikel een samenvatting van zijn onderzoek.

 

 

Er spelen veel ontwikkelingen rondom duurzaamheid. Zo is er een nieuwe doelstelling opgesteld door de Commissie Grondgebondenheid dat veehouders in 2024 minimaal 65% eiwit van eigen bodem moeten halen. Dit geldt voor eigen land, maar ook van land van collega’s dat binnen een straal van 20 kilometer rondom het bedrijf ligt. Hoewel nogal wat veehouders nu al aan deze eis voldoen, is het voor een aantal een nieuwe uitdaging om dit te realiseren. Er zijn veel knoppen om aan te draaien om aan deze eis te voldoen.

 

Voordelen
De Commissie Grondgebondenheid noemt verschillende voordelen van het verhogen van de eiwit-productie op een melkveebedrijf. Er ontstaan meer lokale kringlopen, waarbij er minder (ruw)voer getransporteerd moet worden. Dit is goed voor het algemene imago van de sector en levert een bijdrage aan de klimaatdoelstelling waar het de reductie van broeikasgassen betreft. Hierdoor wordt de melkveehouderij bovendien minder afhankelijk van de import van eiwitrijke grondstoffen uit het buitenland. Er zijn verschillende manieren om de eiwitproductie op een melkveebedrijf te verhogen. Het maaimoment speelt hier zeker een belangrijke rol in. Dit is afhankelijk van de weersinvloeden en het plant stadium. Ook met het tijdstip en hoeveelheid bemesting kan er veel gewonnen worden. Dit is per bedrijf verschillend. Uit verschillende onderzoeken komt naar voren dat wanneer er water toegevoegd wordt bij de mest de stikstofbenutting verbetert. Dit kan wel met 25% toenemen. Ook op het gebied van bodemverbetering en graslandvernieuwing liggen zeker mogelijkheden. Door de veredelingstechnieken is de eiwitopbrengst verhoogd. Naast graslandvernieuwing kan er ook gekozen worden voor een tweede en/of derde gewas.

Eiwitproductie
Van verschillende melkveehouderijbedrijven op de Veluwe is de eiwitproductie verzameld. Dit is te zien in tabel 1. De ondernemers zijn ingedeeld in 3 groepen. Dit is op basis van de hoeveelheid eiwit die de boeren nu al telen op eigen bedrijf. Het RE gehalte per kg droge stof is in 3 jaar met bijna 6.5 gram per kilo droge stof toegenomen, zoals valt op te maken uit tabel 2. 

De totale droge stof opbrengst (TDSO) per hectare die ook in tabel 2 wordt weergegeven is het gemiddelde van de 3 jaar. Volgens tabel 1 is de gemiddelde eiwitproductie van de melkveebedrijven over de afgelopen 3 jaar gemiddeld 61%. Ondernemers komen gemiddeld 4% tekort. Duidelijk is te zien dat er in 2018 lager gescoord is. Dit is te verklaren door de droogte.

Alternatieve voedergewassen

Om de eiwitproductie te verhogen zijn er verschillende mogelijkheden. Eén daarvan is het gebruik maken van alternatieve voedergewassen. Welk alternatief gewas bij een bedrijf past ligt met name aan welke gewassen
er al geteeld worden en welk grond soort. De mate van nodige maatregelen is afhankelijk van de nodige eiwit verhoging. Met behulp van literatuur studie is er een inschatting gemaakt van de opbrengsten van elk gewas. Samen met de grasopbrengst geeft dit de jaarlijkse eiwitproductie per hectare per jaar weer. In tabel 3 zijn de resultaten van de berekeningen te
zien met 20% en 40% alternatief voedergewassen van het areaal.
Hoe groter het aandeel van het voedergewas hoe beter het effect
merkbaar is. Er is gekozen om gras als basis te gebruiken. Uit de tabel
is op te maken dat klaver, luzerne en veldbonen het grootste effect
hebben op de eiwitproductie. Lupine en snijmais scoren het laagst. Bij snijmais komt dit door het lage RE-gehalte per kg droge stof. Bij lupine komt dit door de lage droge stof opbrengst per hectare.

 

Klaver en luzerne
Zoals af te lezen uit tabel 4  hebben klaver en luzerne het grootste effect op de eiwitproductie van eigen land. Ook valt af te lezen welke combinaties van gewassen voldoen bij de verschillende klasse in intensiteit per hectare. De teelten klaver en luzerne passen goed in een bestaande bedrijfssituatie. Met de huidige mechanisatie kun je hiermee goed uit de voeten. Alleen is het van belang dat er zorgvuldig met het gewas wordt om gegaan, omdat door het gewas intensief te bewegen het blad loslaat van de stengel. En in het blad zit het meeste eiwit.

 

Kortom, een groot gedeelte van de melkveehouders voldoen al aan de nieuwe norm van 65% eiwit van eigen land. Waarbij bemesting, maaimoment en alternatieve voedergewassen veel kansen bieden om de eiwitproductie van eigen bodem te verhogen. Wel vraagt het de nodige kennis en ervaring om dit te laten slagen. Informeer hiervoor bij uw rundveevertegenwoordiger.

 

Tips voor een hogere eiwitbenutting

 

-Stem uw maaimoment af op uw rantsoen, de benodigde kwaliteit gras is afhankelijk van de hoeveelheid gras in uw rantsoen.
-Vraag advies voor juiste en passende bemesting voor uw bedrijfssituatie.
-Mest verdunnen met water zorgt voor een betere benutting van de mest.
-Grasland vernieuwing is meer dan ooit aan de orde. Nieuwe grassen hebben potentieel hogere eiwitopbrengsten.
- Kijk kritisch naar de droogte schade van uw grasmat, eventueel is scheuren of door zaaien noodzakelijk.
-Zaai bestaand grasland door met een grasklaver mengsel waardoor u tevens ook minder kunstmest hoeft te gebruiken.
-Neem grondmonsters om te analyseren of uw bodem optimaal is, en om te kijken waar potentiële verbeteringen zitten (pH en mineralen).
-Werk aan meer organische stof in de bodem, zodat in natte en droge periode minder structuur schade optreedt.
-Stem de keuze voor een alternatief voedergewas af op uw bedrijfssituatie en grondsoort
-Pas wisselteelt toe in uw bouwplan.
-Sluit (driejarige) buurtcontracten af met collega’s in een straal van 20 kilometer voor aankoop van (ruw)voer.
-Kijk met behulp van de Kringloopwijzer waar er voor uw bedrijf verbeterpunten liggen in de stikstofkringloop.

-Verhoog de leeftijd van uw veestapel. Ouder vee gaat efficiënter om met eiwit.
- Verlaging van het stikstofgehalte in het rantsoen.

 

Voor passend advies op uw eigen bedrijfssituatie raadpleeg een van onze rundvee vertegenwoordigers.

Editie Winter van de Valkenier staat online

17 december, 2019

Inhoud:

 

Van de directie

Bedrijfsreportage: 'Ik zou niet meer zonder melkrobot kunnen'

Eigen biologische productielijn in Meppel feestelijk geopend

Vacature: oproepchauffeur bulkwagen

Planner Gert van den Brink: 'Goederenstroom boeiend proces'

Onze nieuwe bestel app is online

Bedrijfsreportage: 'Biologisch boeren, meer werk maar ook meer voldoening'

Locatie Meppel door de jaren heen

Droogstand cruciaal voor volgende lactatie én generatie

Jongvee, de basis voor de toekomst van uw bedrijf

Voederbiet terug van weggeweest

Ontwikkelingen op de grondstoffenmarkt

Nieuwe medewerkers stellen zich voor

Zij gaan 'de lucht in'

Zijn uw bedrijfsgegevens bij ons bekend?

Medewerkers gehuldigd tijdens jubilarissenavond

Bezoek ons op de Bio-beurs in Zwolle

Puzzel en kleurplaat

Nieuwjaarsgroet

 

Klik hier voor de Valkenier editie Winter 2019

 

 

Insecten, kleine sector, grote kansen – AJK Stroe Wekerom

16 december, 2019

Op donderdag 12 december waren wij te gast op de vergadering van het AJK Stroe-Wekerom. Wij mochten daar een presentatie verzorgen met als onderwerp, Insectenkweek, kleine sector, grote kansen!

 

Coöperatie De Valk Wekerom is al jaren actief in deze groeiende markt. Daardoor hebben wij al jarenlange ervaring met de voeding voor insecten. Op deze avond werd vertelt wat er allemaal komt kijken bij het houden van insecten en wat er zoal mogelijk is.

 

En natuurlijk mocht er ook een zogenaamde insectenburger geproefd worden!

 

www.ajkstroewekerom.nl

 

Alles wat u moet weten over vanggewassen

3 december, 2019

Over vangwassen is veel te vertellen. Bijvoorbeeld dat vanaf 2019 de inzaaidatum van vanggewassen direct na de maisoogst is veranderd. Voor snijmais is dit uiterlijk 1 oktober, voor andere soorten mais is dit uiterlijk 31 oktober. Maar er is meer te melden.

 

Vanggewas kan op drie manieren na de snijmais gezaaid worden. Bij onderzaai is het belangrijk om de ruimte tussen de rijen mais goed in te zaaien, zodat de wortels van het vanggewas de bodem kunnen doorwortelen. Hiervoor is geen uiterste oogstdatum. Ook direct nadat de mais geoogst is kan een vanggewas worden ingezaaid. Dit kan tot uiterlijk 1 oktober. Tot slot kunt u ook direct na de maisoogst een vanggewas als hoofdteelt voor het volgende jaar inzaaien. Dat kan tot uiterlijk 31 oktober.

 

De teelt

Hoe teelt u vanggewas na andere soorten mais? Bestaat uw teelt uit biologische snijmais, suikermais, korrelmais, corn cob mix (CCM) of maiskolvensilage (MKS)? Dan mag u vanggewas op dezelfde drie manieren inzaaien. Tot en met 1 oktober mogen alle vanggewassen gezaaid worden. Vanaf 1 oktober tot en met 31 oktober mag alleen triticale, wintergerst, winterrogge, wintertarwe of spelt gezaaid worden. 

 

Bemesten

Nadat de mais geoogst is, mag er niet meer bemest worden. Pas vanaf volgend kalender jaar nadat de uitrijdperiodes van het volgende kalenderjaar zijn ingegaan mag er bemest worden op deze percelen.

 

Vernietigen

Vernietigen van het vanggewas mag niet vóór 1 februari van het volgende kalenderjaar.

 

Gras ingezaaid?

Is er gras als vanggewas ingezaaid, dan mag dit vanggewas gebruikt worden als veevoer door middel van beweiding of maaien. Hierbij is het belangrijk dat het gras doorgroeit en niet afsterft. Vanaf 1 februari van het volgende kalenderjaar wordt het vanggewas gezien als tijdelijk grasland. Hierbij moet het perceel voldoen aan de definitie van grasland.

 

Welke vanggewassen?

De gewassen die toegestaan zijn om te gebruiken als vanggewas staan in het overzicht. Daarin kunt u ook zien welke vanggewassen geschikt zijn als hoofdteelt.

 

 

Vanggewassen

 

 Gewassen geschikt als hoofdteelt

Bladkool   Triticale
Bladrammenas   Wintergerst
Gras   Winterrogge
Japanse haver   Wintertarwe
Triticale   Spelt
Wintergerst  
Winterrogge  
Wintertarwe  
   

 

Bron: www.rvo.nl

Tips om ongewenst berengedrag te voorkomen

3 december, 2019

Hoewel het al weer jaren geleden is dat werd gestopt met castreren, blijft het ongewenste berengedrag nog steeds voor problemen zorgen. Het leidt op te veel varkenshouderijen tot onrust in de stal, verwondingen en kreupelheid.

 

Helaas is er geen allesomvattende maatregel die de agressiviteit en het springgedrag kan voorkomen. Wel zijn de omstandigheden bekend waaronder het berengedrag meer tot uiting komt. Op basis daarvan zijn er wel aanbevelingen om het berengedrag te verminderen

 

Rust en regelmaat

Belangrijke factoren om stress bij de dieren te voorkomen, zijn rust en regelmaat. Van stress is bekend dat het beren agressiever kan maken. Veranderingen in stalklimaat of voerrantsoen zijn bijvoorbeeld stressfactoren. Maar ook de wijze waarop de varkenshouder omgaat met zijn dieren beïnvloedt zeer sterk de hoeveelheid stress die een varken ervaart. Wij zien grote verschillen tussen bedrijven in de manier waarop varkens reageren op bezoeken in de stal. Er zijn bedrijven waar varkens veel rustiger en nieuwsgieriger op bezoekers reageren.

 

Gezondheid

Een zeer belangrijke factor in het ontstaan van berengedrag is de gezondheid. Een beer die zich niet goed voelt, vertoont eerder ongewenst gedrag. Maar een zieke beer wordt op zijn beurt ook weer sneller aangevallen door zijn mannelijke collega’s. Dat geldt zeker ook voor kreupele dieren. Het is daarom belangrijk zieke dieren zo snel mogelijk uit de stal te halen en naar de ziekenboeg te verplaatsen.

 

Verkeerd mestgedrag

Het blijkt dat de beren meer berengedrag vertonen in hokken met een verkeerd mestgedrag, waardoor er hokbevuiling optreedt. Dat kan te maken hebben met het slechtere stalklimaat dat door hokbevuiling wordt veroorzaakt. Maar een verkeerd stalklimaat kan op zichzelf ook een afwijkend mestgedrag veroorzaken.

 

Infectiedruk

Het mengen van dieren heeft niet alleen een negatief effect op de infectiedruk bij een groep varkens. Het leidt er ook toe dat de sociale rangorde opnieuw moet worden vastgesteld. Dat gaat altijd gepaard met rangordegevechten. Het bevechten van een goede plek in de rangorde is vooral mannenwerk. Gelten en borgen lijken het veroveren van een goede plek in de pikorde over het algemeen iets minder belangrijk te vinden.

 

Voorkom competitie

Elke vorm van competitie moeten worden voorkomen. Er moeten dus veel vreet- en drinkplaatsen zijn. Het is heel lastig om onderbouwd een norm aan te geven hoeveel vreet- en drinkplaatsen er moeten zijn. In het algemeen geldt: hoe meer hoe beter. Vooral omdat varkens liever tegelijk willen eten en drinken. Ook leidt het rantsoeneren van beren (als je dat uit voedingsoogpunt al zou willen) tot meer gevechten rond de voerbakken.

 

Goede hygiëne

Een goede hygiëne van de voer- en watervoorziening is voor beren erg belangrijk. Vooral vanuit de gedachte, zoals die bij het vorige punt is beschreven, dat beren niet geremd moeten worden in de opname van voer en water.

 

Aminozuurbehoefte

Beren moeten anders gevoerd worden. Dat is inmiddels bekend. Vooral hun aminozuurbehoefte is duidelijk anders dan die van borgen of gelten. Voer dat minder goed de behoeften van het varken dekt, kan aanleiding zijn voor het ontstaan van meer berengedrag.

Beren houden zonder problemen door ongewenst berengedrag is mogelijk. Dat blijkt uit onderzoek, maar ook in de praktijk. Maar dan moet op het varkensbedrijf wel alles tiptop in orde zijn. Bij een niet optimale situatie in voeding, drinkwater, huisvesting, stalklimaat en gezondheid is er meer kans op ongewenst gedrag bij beren.

 

Bron: Suvita

Contact met De Valk Wekerom

Bedrijfsgegevens


  • Hoge Valkseweg 58, 6741 GN Lunteren
  • Postbus 3, 6740 AA Lunteren
  • +31(0) 318 461 141
  • +31(0) 318 461 657
  • info@dvw.nl

Volg ons

Stuur ons een bericht