Berichten

Een eigen biologische productielijn

 

Na een lange en intensieve periode van voorbereiden is het dan zover. De Valk Wekerom krijgt een eigen biologische productielijn.

Op 10 oktober a.s. zal deze productielijn in onze vestiging in Meppel officieel en feestelijk worden geopend.

 

Voor deze feestelijke dag heeft u een persoonlijke uitnodiging ontvangen. Vergeet u niet de antwoordkaart retour te zenden of u op te geven via info@dvw.nl.

 

 

Graag tot ziens op ons Bio-Event

 

Posted on Categories Nieuws, Uncategorized

Politieke wensen, krasse uitspraken en argumenteren van het eigen gelijk domineren de media als het gaat over het ammoniakbeleid. Nederland zit op slot nadat de Raad van State een streep zette door de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). Een uitspraak met grote consequenties. Nevedi vindt dat de veehouderij en de diervoedersector, net als andere sectoren, een bijdrage moeten leveren aan de reductie van de nationale ammoniakuitstoot. De discussie over hoe Nederland uit deze impasse moet komen zou echter op feitelijke informatie moeten plaatsvinden en niet, zoals de laatste dagen het geval was, op basis van halve waarheden en onderbuikgevoelens. De complexiteit van dit vraagstuk vraagt bestuurlijk leiderschap en intellect. We hebben een integrale beoordeling nodig die oplossingen biedt en waarmee een praktische en haalbare aanpak kan worden ingericht.

 

De suggestie dat door hard in te grijpen in de (intensieve) veehouderij het probleem kan worden opgelost, doet de complexiteit van de situatie tekort. Enerzijds omdat we onze ogen niet kunnen sluiten voor de inspanningen die de veehouderij al heeft geleverd. Anderzijds is er nog veel potentie om door technische maatregelen te treffen nog verdere reductie van de ammoniakuitstoot te bewerkstelligen. De situatie is té ingewikkeld om zomaar één simpele oplossing te benoemen.

 

Wanneer het gaat over de PAS, gaat het om alle activiteiten waarbij stikstof (N) in de vorm van ammoniak (NH3) of stikstofoxiden (NOx) in de lucht wordt uitgestoten. Het gaat nadrukkelijk niet over de excretie van stikstof via de mest. Daar was eerder dit jaar aandacht voor in relatie tot de mogelijke overschrijding van de stikstofproductieplafonds.

 

Ammoniakemissies

De landbouwsector - met name de veehouderij - is volgens het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) verantwoordelijk voor 86% van alle ammoniakemissies in Nederland. Die uitstoot uit de landbouwsector is in de periode tussen 1990 en 2018 van 331 kton gedaald naar 113 kton. Dat is een daling van meer dan 65%. De melkvee-, varkens- en pluimveehouderij dragen volgens de WUR ieder voor respectievelijk 54, 19 en 10 kton bij. Een halvering van het aantal varkens of kippen zou een reductie van zo’n 14 kton ammoniak betekenen en dat is slechts 11% van de totale uitstoot.

 

De bijdrage van de landbouw aan de totale uitstoot van stikstofoxiden (NOx) is 16,9%. En ook die uitstoot is in de periode tussen 1990 en 2018 flink gedaald van zo’n 58 kton naar 41,3 kton. Het verkeer en de industrie zijn de belangrijkste veroorzakers van NOx-emissies.  

 

Depositie is de mate waarin de stoffen uiteindelijk neerslaan op de bodem. De relatie tussen de emissie van NH3 en NOx en de depositie van de stikstof is ingewikkeld en sterk afhankelijk van onder andere weersomstandigheden en afstand tot de emissiebron. Het Compendium voor de Leefomgeving stelt dat 40% van de depositie in Nederland voortkomt uit emissies die in het buitenland plaatsvinden. 42% is toe te schrijven aan de landbouwsector, met name door ammoniak uit de veehouderij.

 

Reductiemaatregelen

Sinds 1990 is de ammoniakuitstoot van de landbouwsector dus met 65% al sterk afgenomen. Maatregelen zoals lagere gehalten ruw eiwit in de voeders, het afdekken van mestopslagen en emissiearm bemesten hebben hierin een belangrijke rol gespeeld.

 

In 2014 committeerde de leden van Nevedi zich via de ‘overeenkomst generieke maatregelen in verband met het Programma Aanpak Stikstof’ aan het leveren van een bijdrage van een extra reductiedoelstelling voor de uitstoot van ammoniak uit de veehouderijsectoren. In die overeenkomst was een ambitie opgenomen om door specifieke brongerichte maatregelen te treffen, tussen 2014 en 2030 een ammoniakreductie te bereiken van 10kton. Die reductieambitie werd verdeeld over drie sporen: (1) mestaanwending, (2) stalaanpassingen en (3) voer- en management maatregelen. Waarvan 3 kton via de voer- en managementmaatregelen.

 

Nevedi heeft op basis van haar monitoringssysteem vastgesteld dat tussen 2014 en 2018 de gemiddelde ruw eiwit gehalten in aanvullende mengvoeders voor melkvee, varkens en pluimvee flink zijn gedaald. Het CBS bevestigde dat met een becijferd effect van -1,9 kton ammoniakreductie op jaarbasis. Ten opzichte van 2018 is de dalende trend in ruw eiwit gehalte in melkveemengvoeders in 2019 doorgezet (-8%). Het toont aan dat met technische maatregelen en een optimalisatie van voer- en bedrijfsmanagement veel reductie mogelijk is. Nevedi zal in samenwerking met overige ketenorganisaties een bijdrage blijven leveren aan de verdere reductie van de ammoniakuitstoot. Daarbij moet rekening gehouden worden met bedrijfs- en regiospecifieke omstandigheden en is van belang dat er ruimte is voor een integrale aanpak waarbij oog blijft bestaan voor alle bestaande duurzaamheidsdoelstellingen.

 

Economisch belang Nederlandse landbouwsector

De Nederlandse landbouwsector exporteerde in 2018 voor ruim € 90 miljard aan goederen. Daarmee is het de op één na grootste exporteur van landbouwproducten ter wereld. De veehouderij heeft daarin een belangrijk aandeel. Alleen de totale landbouwexport leverde de Nederlandse economie in 2018 al €45 miljard op in de handelsbalans. Zuivel, eieren en vlees behoren tot de belangrijkste productgroepen die bijdragen aan die positieve balans.

 

Rabobank becijferde dat halvering van de intensieve veehouderij de Nederlandse economie jaarlijks 3,5 miljard zou kosten en 40.000 arbeidsplaatsen. Ook concludeerde zij dat een halvering van de veestapel een ‘enorme kapitaalvernietiging’ tot gevolg zou hebben, omdat dat zo’n 4,3 miljard euro aan stallen en boerderijen moet worden afgeschreven.

 

Noot voor de redactie

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de heer Henk Flipsen, directeur van Nevedi, via het telefoonnummer: 06-53747596. Meer informatie en achtergronden over Nevedi vindt u op onze website www.nevedi.nl.

 

Nevedi behartigt de collectieve belangen van de Nederlandse diervoederindustrie. De sector bestaat uit fabrikanten van mengvoeders, premixen en kalvermelkpoeder en leveranciers van vochtrijke diervoeders (bijproducten van de levensmiddelenindustrie). Bij Nevedi zijn 95 diervoederbedrijven en voerleveranciers aangesloten. Samen vertegenwoordigen zij circa 95% van de totale productie in Nederland. Meer informatie: www.nevedi.nl.

Posted on Categories Nieuws, Persberichten, Uncategorized

WIJ GAAN 'DE LUCHT IN'

DURFT U MEE?

Onze biologische productielijn in Meppel wordt 10 oktober officieel geopend. Op deze openingsdag is er van alles te beleven. Een rondleiding door onze nieuwe fabriek en een biologisch foodplein. En voor wie geen hoogtevrees heeft, bestaat de mogelijkheid alles vanuit 'de lucht' te bekijken. We zouden het erg leuk vinden als u komt.

 

De officiële uitnodiging met het volledige programma volgt nog.

 

Graag tot ziens op ons Bio-Event

 

Posted on Categories Nieuws, Uncategorized

Op zaterdag 3 augustus werd de Veluwse Vleesveekeuring weer gehouden aan de Zecksteeg in Ede. Op deze tentoonstelling worden met name dikbillen gekeurd. Op de foto staan alle inzenders, samen met de keurmeesters, ringmeesters, lintenmeisjes en de bestuurscommissie. Zoals bekend levert Coöperatie “De Valk Wekerom” UA al jaren hoogwaardige vleesveevoeders voor de opfok en het mesten van dikbillen.

 

Aan de winnaars werd door Coöperatie De Valk Wekerom een zak kalverstartmix geschonken. Van harte gefeliciteerd!!

 

Meer foto's kunt u zien op de facebookpagina van de Veluwse  vleesveekeuring:

 

https://www.facebook.com/Veluwse-Vleesvee-keuring

 

Posted on Categories Nieuws, Uncategorized

Straks twee gescheiden productielijnen onder één dak

 

 

Biologisch veevoer maakt een gestage groei door. Voor De Valk Wekerom alle aanleiding om dit zelf te gaan produceren. Als alles volgens planning blijft verlopen, zal in de zomer van 2019 het eerste biologische voer in de vestiging in Meppel van de band rollen.

Voordat volgend jaar de eerste lading biologisch veevoer op weg gaat naar de klant, moet er nog heel wat werk verzet worden. Er komt namelijk een compleet nieuwe productielijn in de vestiging in Meppel. De voorbereidingen hiervoor zijn inmiddels in volle gang. Het is de taak van Arie van Middendorp, manager productie bij De Valk Wekerom, om alles in goede banen te leiden. “De productie van biologisch veevoer kun je gerust een aparte tak van sport noemen, die ook nog eens nieuw is voor ons. Maar gelukkig hoeven we niets zelf te bedenken. We zijn onlangs een samenwerking aangegaan met Agruniek-Rijnvallei. Die hebben veel ervaring waar het gaat om de productie van biologisch voer.”

 

Gescheiden

In Meppel maakt De Valk Wekerom al jarenlang reguliere veevoeders. De komst van de nieuwe, biologische productielijn brengt daar geen verandering in. Ook tijdens de aanleg van de nieuwe productielijn blijft de winkel gewoon open vertelt Arie van Middendorp. “We hebben straks in Meppel  eigenlijk twee fabrieken onder één dak. Maar dan wel strikt van elkaar gescheiden. Net als bij de productie van VLOG-veevoer mag er namelijk absoluut geen vermenging van regulier en biologisch veevoeder plaatsvinden. Vandaar ook de twee gescheiden productielijnen; elk ook met een eigen stortput en silo’s. Maar bijvoorbeeld ook met een eigen, geïntegreerd besturingssysteem.” Om de extra productielijn aan te kunnen leggen, moet er in de vestiging in Meppel wel eerst ruimte worden gecreëerd. Met dat doel zal met de overslag van grondstoffen in Meppel voorlopig worden gestopt.

 

Voordeel klant

De bedoeling is dat er in Meppel gestart gaat worden met een productie 30.000 ton biologische voeders per jaar. Volgens Van Middendorp kan de fabriek dat gemakkelijk aan. ‘’We hebben dan nog ruim capaciteit over. Het mooie is dat we die tonnage kunnen halen met vrijwel dezelfde personeelsleden die er nu werken. Voordeel voor de klant is dat we het biologische voer tegen een aantrekkelijke kostprijs kunnen produceren. En we kunnen maatwerk leveren, want we gaan alles in eigen beheer doen. Wat de grootste uitdaging wordt? Dat we straks exact hetzelfde biologische voer gaan maken zoals Agruniek-Rijnvallei dat al jaren maakt. Dat moet volstrekt gelijkwaardig aan elkaar zijn. Of dat gaat lukken? Natuurlijk gaat dat lukken! Uiteraard kunnen wij voor wat betreft receptuur en structuur daar ook onze eigen Valkse invulling aan geven, zoals de klanten dat van ons gewend zijn.”

 

 

Vestiging Meppel.

Precies in het midden komt de strikte scheidslijn tussen regulier en biologisch.

Arie van Middendorp: 'We hebben dan nog ruim capaciteit over'

Posted on Categories Interessante artikelen biggen, Interessante artikelen eenden, Interessante artikelen geiten, Interessante artikelen legpluimvee, Interessante artikelen melkvee, Interessante artikelen schapen, Interessante artikelen vleeskuikenouderdieren, Interessante artikelen vleeskuikens, Interessante artikelen vleesvarkens, Interessante artikelen vleesvee, Interessante artikelen zeugen

Terugblik op ruwvoerseizoen

 

Het groeiseizoen van 2018 kenmerkt zich als een lange droge en warme zomer. Er werd één grassnede minder geoogst. De kwaliteit van de graskuilen is over het algemeen heel goed te noemen. Maiskuilen zijn wisselend van kwaliteit.

 

 

 

 

Van snijmais was de opbrengst dit jaar gemiddeld 30% minder, met een extreem grote variatie in voederwaarde. Enerzijds zijn er kuilen met een laag zetmeelgehalte. Dit komt vooral doordat mais vroeg geoogst is. Als gevolg van gebrek aan vocht is de kolfzetting niet tot stand gekomen. Het droge stof gehalte van deze kuilen is laag. De suiker bevindt zich dan voornamelijk nog in de plantsappen en is nog niet omgezet in zetmeel. Deze suiker is tijdens het inkuilproces wel weer grotendeels omgezet in melkzuur. Desondanks is het suikergehalte van deze kuilen naar verhouding hoog.  Anderzijds zijn er maispercelen die wat later geoogst zijn en die een hoger droge stof gehalte hebben. Die kuilen bevatten nog redelijk wat zetmeel. Maar over het algemeen bevat de snijmais gemiddeld minder zetmeel. Het rantsoen dient hiervoor aangepast te worden. Overleg met uw buitendienstman wat de mogelijkheden zijn.

 

Sorghum

Dit jaar heeft een aantal klanten van De Valk Wekerom voor het eerst sorghum geteeld. Dit gewas werd, als gevolg van de koudegevoeligheid, in de tweede helft van mei gezaaid. De ervaring leert dat de beginontwikkeling van het gewas traag is. Het is dus zaak om het onkruid en eventueel vraat goed in de gaten te houden. Het gewas is smakelijk en ook kraaien lusten het graag. Voor de onkruidbestrijding zijn er komend seizoen meerdere bestrijdingsmiddelen beschikbaar en toegelaten. Sorghum heeft minder te lijden gehad van de droogte dan mais. Dit komt door een betere en diepere beworteling. Het advies is om het gewas op de hogere percelen te verbouwen. Indien de bodemtemperatuur en de weersverwachting goed zijn, kan het inzaaimoment naar de eerste helft mei verplaatst worden.

Tabel

In bijgaande tabel zijn de analyseresultaten van de snijmais afkomstig van Eurofins van de afgelopen twee jaar uitgezet ten opzichte van de gemiddelde waardes van sorghumsilage van 2018. Van sorghum betreft dit steeds het ras Nutri Honey, dat vrijwel als enige dit jaar is gebruikt. Te zien is dat sorghum gemiddeld meer ruw eiwit en ruwe celstof en fors minder zetmeel bevat. Dit resulteert in een veel lagere VEM en VEVI. De structuurwaarde is veel hoger. Voorzichtig concluderend zou je kunnen zeggen dat sorghumsilage snijmais zeker niet kan vervangen, maar dat het wel als meer eiwithoudende ruwvoerbron en als structuurbron ernaast gevoerd kan worden. In de praktijk hopen we deze winter daar meer over te horen. De nieuwe sorghumrassen, die komend seizoen in de markt zullen komen, zouden theoretisch nogal wat meer zetmeel moeten kunnen bevatten. Of dit daadwerkelijk zo is, dat moeten we nog even afwachten.

Posted on Categories Interessante artikelen geiten, Interessante artikelen melkvee, Interessante artikelen schapen, Interessante artikelen vleesvee

Samenstelling grondstof binnen paar minuten bekend

De kwaliteit van veevoeder staat of valt met de kwaliteit van de gebruikte grondstoffen. Om snel inzicht te krijgen in de samenstelling van de aangeleverde grondstoffen heeft De Valk Wekerom sinds kort een eigen analyseapparaat.

 

“Elke lading grondstof die hier nu binnenkomt, wordt geanalyseerd op nutritionele waarden. In de oude situatie werden alle leveringen ‘organoleptisch’ beoordeeld. Dat betekent: visueel, ruiken en voelen”, vertelt Henri van Beek, operator Inname bij De Valk Wekerom.

“Steekproefsgewijs werden er monsters opgestuurd naar een extern laboratorium voor een gedetailleerde analyse. Nadeel was dat we de uitslag pas een paar dagen later kregen. Nu hebben we die binnen een paar minuten.”

 

OK!

Voor het analyseren van de grondstoffen heeft De Valk Wekerom de beschikking over een NIR-analyseapparaat. Daarmee kan een grondstof via een geavanceerde infraroodtechniek nauwkeurig worden geanalyseerd op onder andere de volgende nuriënten: droge stof, vet, ruw eiwit, fosfor, zetmeel, ruwe celstof, vocht en suiker. Welke nutriënten worden gemeten, is afhankelijk van de soort grondstof. Bij de meting worden de gevonden meetresultaten vergeleken met die in een database. Vervolgens verschijnt er een OK als een waarde binnen de gestelde bandbreedte valt. Een rood kruisje geeft aan dat een gehalte te hoog of te laag is. De monsters zelf worden zoals gebruikelijk zes maanden bewaard. Gert Kampert, nutritionist bij De Valk Wekerom: “Maar de meetresultaten van de verschillen monsters kunnen tot in lengte van dagen in ons systeem worden bewaard. Per dag komen er bij De Valk Wekerom zo’n 20 à 25 vrachtwagens met grondstoffen binnen. Dat levert na verloop van tijd een uitgebreide, maar vooral ook waardevolle database met meetresultaten op.”

 

Voordeel afnemers

De Valk Wekerom heeft nu dus snel de beschikking over de meetresultaten. En er wordt een schat aan meetgegevens opgebouwd. Maar wat is voor de afnemers eigenlijk het voordeel van de NIR-analyse? Gert Kampert: “Omdat we de meetresultaten nu binnen een paar minuten hebben, kunnen we snel anticiperen en bijsturen als dat nodig is. Daardoor weten we nu ook vrijwel zeker dat een eindproduct exact de juiste voedingswaarde heeft. Kortom, met de NIR-analyse kunnen we de kwaliteit van ons veevoeder verder optimaliseren. En dat is uiteindelijk in het voordeel van onze afnemers. Ook kunnen we op basis van een uitslag een partij weigeren of eventueel als aparte grondstof verwerken. Hiermee sta je richting toeleverancier van grondstoffen ook sterker.”
Tijdens het interview meldt zich een chauffeur met een lading tarwe. Henri van Beek klimt met de monsterboor op de vrachtwagen. Voordat hij even later het monster in het analyseapparaat plaatst, legt hij wat tarwekorrels in zijn handpalm. Ruikt eraan en bekijkt ze van dichtbij. “Dat ziet er goed uit. Mooi van vorm en goed van kleur”, zegt Van Beek die 26 jaar bij de Valk Wekerom werkzaam is. “Ook al hebben we nu de NIR, dat visueel controleren, dat blijven we doen. Eigenlijk doe ik dat automatisch. Dat heeft te maken met mijn ervaring en met de liefde voor het vak.”

Posted on Categories Interessante artikelen biggen, Interessante artikelen eenden, Interessante artikelen geiten, Interessante artikelen legpluimvee, Interessante artikelen melkvee, Interessante artikelen schapen, Interessante artikelen vleeskuikenouderdieren, Interessante artikelen vleeskuikens, Interessante artikelen vleesvarkens, Interessante artikelen vleesvee, Interessante artikelen zeugen

Fries vleeskuikenbedrijf heeft oog voor nieuwe ontwikkelingen

 

Op het erf van de Age en Tineke Bouma werd in 1998 de eerste stal voor vleeskuikens gebouwd. Dat bleek een schot in de roos. Nu, 20 jaar later staan er op het erf in het Friese Tjerkgaast zes stallen. De laatste verrees in 2013. In en rond de moderne stallen is alles tot in de puntjes geregeld. En dan te bedenken dat Age Bouma eigenlijk een toekomst in de detailhandel voor ogen had.

 

 

Hij heeft er plezier in om, zoals Age Bouma het zegt “dingen te bedenken die het werk vergemakkelijken”. Hij doelt daarmee bijvoorbeeld op de voermengwagen. Die bouwde hij zo om dat hij er strooisel in de stallen mee kan verspreiden. En sneller dan met een strooiwagen die daar speciaal voor bestemd is. Of neem de weidesleep, die hij geschikt maakte om er hardnekkig vuil op een stalvloer mee te verwijderen. ‘’Vooruit denken, meedenken en dingen verbeteren. Dat mag ik graag doen”, zegt hij. Ook waar het gaat om een optimaal rendement in de stallen. Maar daarover straks meer.

 

Trots

In 2000 stapte de familie Bouma definitief over op het houden van vleeskuikens. Daarmee kwam een einde aan de lange veehouderijtraditie op de boerderij. Tineke Bouma: ‘Mijn schoonvader, met wie we een maatschap hadden, had het daar aanvankelijk wel moeilijk mee. Maar toen hij zag hoe goed het met het vleeskuikenbedrijf ging, was hij alleen maar trots. Hij was erg geïnteresseerd en was vaak op het bedrijf te vinden.” Age Bouma heeft vijf broers en één zus en is de jongste van het gezin Bouma. Geen van de andere gezinsleden bleek destijds echter een agrarische toekomst te ambiëren. Dus waren de ogen op Age gericht. “Toen mijn vaders gezondheid achteruit ging, besloot ik in 1981 in het bedrijf te stappen.” Dat hij geen landbouwopleiding had - hij ging naar de detailhandelsschool - was geen probleem. Het veehouden was hem met de paplepel ingegeven. De kneepjes van het runnen van een vleeskuikenbedrijf leerde Age later bij collega Pieter de Jong in het naburige Molkwerum.

 

Schoolklassen

De stallen van Bouma vallen onder het Groene Label. Een van de voordelen hiervan is dat een stal versneld afgeschreven mag worden. Maar er zijn wel voorwaarden aan dit label verbonden. Zo moet er onder andere een zogeheten zichtruimte zijn voor geïnteresseerden die een stal willen bezoeken. De familie Bouma krijgt regelmatig groepen over de vloer. Schoolklassen, ondernemers, vrouwenverenigingen, noem maar op. Die hebben dan vanuit een kantineachtige ruimte goed zicht op de kippen in de stal. En ze krijgen een rondleiding door het bedrijf. Dan zien ze bijvoorbeeld de klimaatcomputer waarmee het voer en het water wordt gestuurd. En de ruimte met de volautomatisch, met hout gestookte cv-ketel, waarmee de stallen en de privévertrekken worden verwarmd. Jaarlijks worden er circa 4.000 kuub houtsnippers opgestookt.

 

Proef

Age en Tineke zijn bij de bedrijfsvoering altijd in voor nieuwe ontwikkelingen, als die het bedrijfsresultaat en de gezondheid van de kuikens maar ten goede komen. Zo voegen ze bijvoorbeeld supplementen aan het drinkwater toe, zoals etherische oliën en kruiden. Age Bouma: “Dat gebeurt steeds meer. Het heeft een gunstige invloed op het darmstelsel van de kuikens. Belangrijk, want dan kunnen ze beter de voedingsstoffen uit het voer halen, inclusief de vitaminen. De kuikens gezond door de zes weken loodsen. Daar draait het om. En gezonde dieren op het erf is ook gewoon veel leuker.” Bij hun bedrijfsvoering kunnen de Bouma’s rekenen op het deskundige advies van Henk van Riesen, specialist vleeskuikens bij De Valk Wekerom. Hij vertelt: ‘’Opvallend bij dit bedrijf is het lage antibioticagebruik. Dat ligt zelfs onder het gebruik bij bedrijven met conceptkuikens, zoals Beter Leven. Dat duidt erop dat de vleeskuikens gezond zijn.”
Onlangs werd in één van de stallen bij Bouma een proef gehouden. Een gezamenlijk initiatief van De Valk Wekerom en fokkersorganisatie Aviagen. De proef werd gehouden om te onderzoeken of de voeding invloed heeft op de uitval van vleeskuikens. Het uiteindelijke doel: de kwaliteit van vleeskuikens verbeteren. Age Bouma: “Ja, dat was weer eens wat anders. Leuk en je steekt er nog iets van op.”

Het bedrijf

Het vleeskuikenbedrijf van Age en Tineke Bouma bestaat uit zes stallen. Daarin worden in totaal 200.000 Ross vleeskuikens gehouden. Ooit was het een veebedrijf. Maar in 1997 besloten het echtpaar Bouma en de vader van Age om naast de 50 koeien met vleeskuikens te beginnen. In 2000 werden de koeien afgestoten. Sindsdien richten Age en Tineke zich volledig op de vleeskuikens. De 25 hectare grond rond de boerderij wordt verpacht.

Posted on Categories Interessante artikelen vleeskuikens

Het houden van melkgeiten is een volwaardige bedrijfstak geworden

 

De twee levensgrote afbeeldingen van een geit op een stal even buiten Lunteren laten er geen twijfel over bestaan. Dat moet het bedrijf van de familie Drost zijn. Sinds 2000 heeft Henri Drost zich toegelegd op het houden van melkgeiten. En dat werk geeft hem veel voldoening. “Met vleesvarkens begin je elke vier maanden aan een nieuwe ronde. Met geiten sla je een bepaalde weg in. Kijkt wat goed gaat en bouwt zo een lijn op. Noem het maar een levenswerk.”

 

Zo snel als hun volle uiers dat toelaten, komen de geiten voorbij gesneld. Het is halfvijf in de middag. Gewoontedieren als het zijn, weten ze wat dat betekent: zo snel mogelijk naar de melkput. Daar worden ze met 84 tegelijk van hun melk verlost. “Dat ze zo’n haast hebben komt ook omdat ze weten dat ze tijdens het melken krachtvoer krijgen”, vertelt Henri Drost.

 

De Valkenier

Dat Drost boer zou worden, was al heel vroeg duidelijk. Als kleuter speelde hij liever met speelgoedbeestjes dan met autootjes. Het was alleen nog de vraag welke dieren hij later zou gaan houden. Een paar jaar voordat hij in 2000 van de landbouwschool kwam, ging hij zich alvast samen met zijn vader oriënteren. “Eerst hebben we naar eenden gekeken. Maar met het oog op de quota was daar geen ruimte voor. Toen las ik een artikel in De Valkenier over melkgeiten. Vervolgens zijn we bij een neef van mijn vader gaan kijken die geiten hield. Dat leek ons wel wat. Voordeel van melkgeiten is dat je geen quota nodig hebt. Bovendien is de bouw van een stal relatief goedkoop als je het met een koeienstal vergelijkt.” Dat leidde ertoe dat Henri Drost in 2000 met 430 geiten in één stal van start ging. De kennis deed hij op bij collega-melkgeitenhouders. En hij leerde veel van Henk Koekoek, die destijds bij De Valk Wekerom werkte. “Die had het echt in zijn vingers”, zegt hij. Momenteel staat de teller op circa 1200 geiten. Die staan verdeeld over twee stallen die elke dag van een verse laag stro worden voorzien. “Hoe schoner de stal, des te schoner zijn ook de uiers. En daar heb je bij het melken voordeel van.”

 

Listeria-bacteriën

Het houden van melkgeiten kun je volgens Drost niet echt vergelijken met bijvoorbeeld het houden van melkkoeien. “Zonder melkveehouders tekort te doen, maar bij geiten is het voortdurend een kwestie  van ‘fine tunen’. Het komt allemaal erg precies. Neem zand in het kuilvoer. Een koe kan dat tot op zekere hoogte nog wel hebben. Geiten niet. In het zand kunnen namelijk Listeria-bacteriën zitten, die een soort hersenontsteking kunnen veroorzaken. Het slaat ze dan echt in de kop”, vertelt Drost. Voor de samenstelling van het (kracht)voer kan hij rekenen op het professionele advies van Guus de Haan, voeradviseur bij De Valk Wekerom. Zodra Drost een kuil heeft geopend, komt De Haan langs. Op basis van kuilmonsters bepaalt hij vervolgens de optimale voersamenstelling. Met name het percentage eiwit is van essentieel belang. Als het nodig is, wordt het voer tussentijds aangepast. “Voordeel is dat Van De Valk Wekerom erg flexibel is”, zegt Drost. Die is blij dat het houden van melkgeiten een volwaardige bedrijfstak is geworden. “De geit is allang geen armeluis-koe meer.”

 

Hulp

Drost kan bij het werk op de boerderij rekenen op de hulp van zijn naasten. Echtgenote Eveline is zijn steun en toeverlaat als het gaat om de bedrijfsadministratie. In de stal zul je haar niet vaak aantreffen. De moeder van vijf kinderen, die in leeftijd variëren van 1 tot 12 jaar: ‘’Als het spitsuur is in de stal, is het ook spitsuur hier in huis.” Henri’s moeder zorgt er in de lammertijd voor dat de nuchtere lammeren biest krijgen. Henri’s vader springt dagelijks bij wanneer de geiten gemolken moeten worden. En doet dat met veel plezier. Henri: “Hij is ‘s morgens altijd eerder in de stal dan ik.” Tot slot kan Henri sinds tweeëneenhalf jaar rekenen op nóg een vaste, betrouwbare hulp: een voerrobot. “Die wil ik echt nooit meer kwijt.”

Het bedrijf

Het bedrijf van de familie Drost wordt gerund door Henri, zijn vader Floris en hun echtgenotes. Samen vormen ze een VOF. Op het erf staan twee geitenstallen, die plaats bieden aan in totaal 1200 geiten, een koeienstal met 25 stuks jongvee en een varkensstal met 2000 vleesvarkens. De varkens en koeien zijn het terrein van Henri’s vader. De banden tussen het bedrijf en De Valk Wekerom gaan ver terug. Vader Floris zat 17 jaar in het bestuur van de coöperatie.

Posted on Categories Interessante artikelen geiten